Computer afkortingen

Conrad.be-banner

 

A

  • AC3: gelijk aan Dolby Digital; codering voor 6 geluidskanalen.
  • AC97: The AC97 (Audio Codec 1997) specification defines a high quality audio architecture which should advance the migration to digital audio while maintaining support for analog interconnects for backward compatibility; zie http://www.intel.com.
  • ADSL: Asynchronous Digital Subscriber Line, techniek voor hoge snelheid datatransmissie over gewone telefoonkabel (8 Mbps).
  • Adware: software die advertenties toont.
  • AES: Advanced Encryption Standard, ook bekend als Rijndael-algoritme, voor versleuten van. b.v. zip-bestanden, wordt ook gebruikt bij WPA2.
  • AGP: Accelerated Graphics Port, specifiek datakanaal voor grafische informatie, vier keer sneller dan PCI.
  • AGP-Pro: AGP met extra connectoren voor voedingssignalen.
  • AGP2X = AGP met 2x bussnelheid.
  • AGP4X = AGP met 4x bussnelheid (zoals oorspronkelijk bedoeld).
  • AT: Advanced Technology, aanduiding van IBM voor een 16-bits computer.
  • ATA: Advanced Technology Attachment (ook bekend als IDE); standaard voor de verbinding tussen mainboard en harddisk.

 

B

  • Bandbreedte: verschil tussen de hoogste en laaste frequenties die beschikbaar is voor een signaal; o.a. bepalend voor de doorvoersnelheid van een netwerk
  • Bit: binairy digit, kleinste data-element in de infomatica, kan de waarde 0 of 1 hebben
  • Blu-ray Disc: DVD-standaard bedoeld voor digitale televisie, werkt met blauwe laser, opslagcapaciteit 23 GB; niet compatible met andere DVD-standaards; zie PCM apr 02
  • Byte: 8 bits, data wordt doorgaans in bytes verwerkt, 256 waarden
  • BSB: Backside bus; communicatie tussen level 2 cache en de cpu

 

C

  • Cache: geheugen tussen RAM en processor, voor het versnellen van veel voorkomende taken, het opslaan van laast gebruikte programma’s en laatst gebruikte internetpagina’s ook. LET WEL, is vluchtig geheugen, wordt dus geledigd wanneer stoom wegvalt.
  • CAS-latency: Common Access Strobe-latency; geeft aan hoe snel er van de ene geheugenlocatie naar de andere geschakeld kan worden (bij geheugenchips).
  • CD-ROM: Compact Disc Read Only Memory; compact disc met computerbestanden.
  • Cookie: data die vanaf een internet-site (tijdelijk) op uw computer wordt geplaatst.
  • CPU: Central processing unit; het hart van de computer.

 

D

  • DDR: Double Data Rate, bij SDRAM, Double Data Rate Synchronous DRAM, kan 2x per klokcyclus data versturen, op de opgaande flank en de neergaande flank.
  • DDR2, DDR-2: Double Data Rate versie 2, opvolger van DDR, combineert twee ddr-modules, lager stroomverbruik en hogere prestaties.
  • DDR3: geheugenmodule, opvolger van DDR2.
  • DHCP: Dynamic Host Configuration Protocol, protocol van IETF om computers automatisch van IP-adres te voorzien, (RFC 2131)
  • DMA: Direct Memory Access; techniek waarbij randapparatuur rechtstreeks het geheugen kan benaderen (naast de CPU).
  • DOS: Disk Operating System, b.v. MSDOS, PCDOS.
  • DRAM: Dynamic Random Access Memory, geheugenchip waarbij om de paar milliseconden de inhoud opnieuw ververst moet worden, goedkoop en eenvoudig te produceren.
  • Driver: stuurprogramma voor een device.
  • DVD: Digital Versatile Disc (voorheen Digital Video Disc).
  • DVI: Digital Visual Interface, specificatie voor digitale video, opvolger van VGA.

 

E

  • E-mail (email): Electronic mail, post verstuurt via internet of intranet.
  • e-sata: Extended sata, snellere versie van sata.
  • ECC: Error Correction Code, geavanceerd foutcorrectie bij geheugen.
  • EDRAM: Extended Dynamic Random Access memory, combinatie van DRAM en SRAM.
  • EEPROM: Electrically Erasable Programable Read-Only Memory, geheugen dat alleen gebruikt wordt om te lezen maar dat ook gewist en beschreven kan worden.
  • Encryptie: versleutelen van gegevens.
  • EOF: End-of-File
  • EPROM: Erasable Programable Read-Only Memory, geheugen dat alleen gebruikt wordt om te lezen maar dat ook met UV-licht gewist en beschreven kan worden.
  • eSata: Externe Sata; sata-aansluiting voor externe harddisk; 1500 Mb/s; zie PCM jun 06.

 

 

F

  • FAT: File Allocation Table, structuur waarin de indeling van een harddisk wordt bijgehouden.
  • FAT32: 32-bits versie van FAT.
  • Firewall: systeem om ongeautoriseerde toegang op een netwerk te voorkomen.
  • door de fabriek geïnstalleerde software in een apparaat.
  • Freeware: software die gratis gebruikt mag worden.
  • FSB: Front Side Bus, systeembus van Intel, vormt de verbinding tussen de CPU en de Northbridge in de PC-architectuur vanaf de introductie van de PCI-bus. Simpel gezegd is FSB de (fysiek aanwezige) data bus die alle elektronische signalen vanuit de processor (CPU) naar de rest van de pc laat ‘doorstromen’. De bandbreedte van de Front Side Bus is van groot belang voor de snelheid waarmee de PC kan functioneren.
  • FTP: File Transfer Protocol, commando-gestuurde bestandsuitwisseling, eerste versie uit 1971 (RFC 114), standaard in RFC 454 (1973); RFC 765 bevat specificaties voor FTP met TCP, huidige versie RFC 959.

 

G

  • Gateway: apparaat dat twee netwerken met elkaar koppelt, ook: programma dat de uitwisseling van gegevens tussen twee netwerken regelt; ter vergelijking: gateway is een intelligente router.
  • GB: GigaByte, 1 miljard bytes.
  • GBps: Gigabytes per seconds.
  • Gigabit: netwerk met snelheid 1000 Mbit/s.
  • GPU: Graphics Processing Unit, chip voor grafische bewerkingen.
  • GUI: Graphical User Interface.

 

H

  • Hardware: apparatuur, het tastbare van een computer.
  • HDD: harddisk drive, vaste schijf van een de computer.
  • HDMI: High Definition Multimedia Interface; techniek voor transport van zowel digitale video- als audiosignalen.
  • Home page: startpagina van een site.
  • HTML: Hypertext Markup Language, uitwisselingstaal waarin WWW-documenten zijn geschreven.
  • HTTP: HyperText Transfer Protocol, protocol voor uitwisseling van WWW-documenten op Internet.
  • Hyper-threading, Hyperthreading: techniek van Intel waarbij één fysieke processor zich voordat als twee virtuele processors.
  • Hyperlink: koppeling naar een andere internetpagina.

 

I-K

  • I/O: Input / Output, doorgaans de verzamelnaam voor aansluitingen op een computer.
  • IC: Integrated Circuit, elektronische schakeling in een compacte behuizing.
  • ICT: Informatie- en Communicatietechnologie.
  • ID: Identificatiecode of –sleutel.
  • IDE: Integrated Drive Electronics, type aansturing bij harddisks waarbij de besturingselektronica is ingebouwd in de harddisk.
  • IEEE 1394: I/O-poort met snelheid tot 400 Mb/s (inmiddels ook versies tot 3.2 Gb/s); bekend als FireWire (Apple), iLink (Sony) en Lynx (Texas Instruments); kabels verkrijgbaar met 4 contacten en 6 contacten (met voeding 9 … 30 Volt).
  • IEEE 802.11a: wireless personal area network standard, 54 Mbit/s, werkt op 5 GHz, bereik ca 20 m.
  • IEEE 802.11b: wireless personal area network standard, 11 Mbit/s, werkt op 2,5 GHz, bereik ca 100 m (in de praktijk: 30 m), gebruikt door AirPort, kan interfereren met Bluetooth, grotere reikwijdte, maar meer stroomverbruik dan Bluetooth.
  • IEEE 802.11e: wireless personal area network standard, maakt gebruik van QoS voor tijdafhankelijke multimedia-toepassingen.
  • IEEE 802.11g: wireless personal area network standard, 54 Mbit/s, werkt op 2,5 GHz, bereik ca 100 m, backward compatible with 802.11b.
  • IEEE 802.11h: wireless personal area network standard, aanpassing op 802.11a voor gebruik in Europa.
  • IEEE 802.11i: wireless personal area network standard, maakt gebruik van TKIP encryptie.
  • IEEE 802.11n: standaard voor wireless personal area network, 100 Mbit/s (inmiddels mogelijk tot 300 Mbits/s).
  • IEEE 802.11s: standaard voor draadloze netwerken, speciaal voor VOIP; ensures voice calls are not broken up by other traffic.
  • IEEE 802.16: standaard voor draadloze netwerken, ook genoemd WiMAX; delivers two-way wireless access at a range of up to 30 miles.
  • IEEE 802.3:
  • IEEE 802.3a: Power over Ethernet.
  • IEEE 802.4: token passing bus.
  • IEEE 802.5: token passing ring.
  • IEEE P1901: standaard beschrijft toekomstige Powerline-technieken.
  • IEEE488, IEEE 488: Digital Interface for Programmable Instrumentation, standaard voor aansturing elektronische apparaten.
  • IMAP4: Internet Message Access Protocol, e-mailprotocol waarbij binnengekomen berichten op de server van de internetprovider kunnen worden bewaard en beheerd.
  • IP: Internet Protocol.
  • IPv4: Internet Protocol versie 4, zoals gebruikt vanaf de jaren 90.
  • IPv6: Internet Protocol versie 6, maakt gebruik van 128 bits adressering.
  • JavaScript: Client-Side scripting language, ontwikkeld door Sun en Netscape.
  • Keylogger: programma dat alle toetsaanslagen doorsluist.

 

L

  • L1 Cache: Level 1 cache, directe cache van de processorkern.
  • L2 Cache: Level 2 cache, geheugen tussen L1 cache en RAM-geheugen; sneller dan RAM maar langzamer dan de processor.
  • L3 Cache: Level 3 cache, geheugen tussen L2 cache en RAM-geheugen; sneller dan RAM maar langzamer dan L2 cache.
  • LAN-party: wedstrijd waarbij gamers samenkomen, jun computers aansluiten op een netwerk en gaan spelen.
  • Latency: bij geheugen: aantal klokcycli die geheugen nodig heeft om data door te voeren; bij interface: tijd die een systeem nodig heeft voor het een reactie geeft.
  • LBA: Logical Block Addressing; techniek om Enhanced IDE-schijven groter dan 528 MB te kunnen gebruiken op een PC.
  • LCD: Liquid Cristal Display, beeldscherm op basis van vloeibare kristallen, plat en energiezuinig.

 

M

 

  • MB: MegaByte, ca 1 miljoen bytes.
  • MBR: Master Boot Record, allereerste sector van een harde schijf.
  • MOBO(Motherboard): centrale elektronica met de systeembus waarop andere schakelingen kunnen worden aangesloten.
  • Multiprocessing: een aan elkaar geschakelde hoeveelheid processoren die samen en tegelijk aan één of meer taken kunnen werken, zorgt voor efficiënter gebruik computercapaciteit.
  • MAC adres: Media Access Control, een uniek identificatienummer dat aan een apparaat in een ethernet-netwerk is toegekend.

 

 

N-Q

  • NAS: Network Attached Storage, netwerkopslag, harddisk met ethernetaansluiting.
  • NAT: Network Address Translation, voorziening om meer computers op 1 IP-adres te gebruiken.
  • NETBIOS: netwerkbios van IBM, interface tussen sessielaag en prestatielaag in het OSI-model.
  • Netwerk: koppeling van meer computers.
  • OEM: Original Equipment Manufactorer, geeft aan dat de leverancier een merkprodukt levert van een andere leverancier, betreft soms uitgeklede versies.
  • P2P = Peer-to-Peer, netwerk zonder centrale server; ook: verbinding tussen 2 computers via internet
  • Partitie = logische schijfeenheid; een fysieke harddisk kan worden verdeeld in meerdere partities
  • PAT: Port Address Translation; portmapping voor inkomende poorten naar lokale IP adressen.
  • PATA: Parallel ATA.
  • Patch: stukje software die een fout in een programma herstelt.
  • PC: Personal Computer, oorspronkelijk bedoeld voor gebruik door één persoon.
  • PCI: Peripheral Component Interconnect, busstruktuur van Intel om verschillende pc-onderdelen direct te koppelen met de processor.
  • PCI Express: standaard voor uitbreidingskaartjes voor b.v. notebook; 2,5 Gbit/s; kleiner dan PC Cards; vervangt PC Cards.
  • PCI Express X16: standaard voor interface met grafische kaart; verdubbeling bandbreedte tov AGP.
  • POP3: Post Office Protocol, e-mailprotocol waarbij binnengekomen berichten direct van de internetprovider naar de eigen computer worden verplaatst.
  • POST: Power On Self Test, voorziening van BIOS om hardware van computer te testen op fouten bij opstarten.
  • PROM: Programable Read-Only Memory, geheugen dat eenmalig geschreven kan worden en daarna alleen gelezen.

 

 

R

  • RAID: Redundant Array of Inexpensive Disks, batterij harddisks om data veiliger op te slaan.
  • RAM: Random Access Memory, geheugen waaruit gelezen en in geschreven kan worden.
  • ROM: Read Only Memory, geheugen waarvan alleen gelezen kan worden.
  • Router: interface tussen twee netwerken, maakt het mogelijk gegevens met andere netwerk uit te wisselen.

 

S-U

  • S/P DIF: Sony/Pgilips Digital Interface; standaardaansluiting om geluidsinformatie van het ene apparaat naar het andere over te brengen zonder analoog-naar-digitaal of omgekeerd te converteren.
  • SAN: Storage Area Network, systeem bestaande uit veel harddisks en een intelligente controller, doorgaans via speciale snelle verbinding verbonden met server.
  • Sata II, Sata-2: set uitbreidingen op Sata; o.a. dynamische rotatiesnelheid van de schijf en NCQ voor hogere performance bij multithreading; snelheid 3 Gbit/s .
  • SATA Sata/150: Serial ATA, seriële versie van ATA, werkt met 4-aderige kabel, snelheid 150 MB/s (vergelijkbaar met UDMA/100).
  • Sata/300: snellere versie van Sata/150, snelheid 300 MB/s.
  • SCSI = Small Computer System Interface; aansluiting voor meerdere apparaten (harddisk, e.d) op een computer.
  • TB :Terabyte, ca 1 triljoen bytes.
  • TCP/IP: Transmission Control Protocol/Internet Protocol, netwerkprotocol voor unix-computers, inmiddels algemeen gebruikt voor internet.
  • Ultra DMA, UltraDMA: Ultra Direct Memory Access, ook genoemd ATA-4, standaard voor aansluiting harddisk op systeembus, 33 MHz/s, 2 x sneller dan E-IDE.
  • URL: Universal Resource Locator, internetadres van een web-pagina.
  • USB: Universal Serial Bus, high speed vervanger voor seriele en parallele poorten; voor printers, scanners, toetsenborden, etc.
  • UTP: Unshielded Twisted Pair; onafgeschermde netwerkkabel.

 

 

V-Z

Virus: kwaadbedoelend programma dat meelift met een ander programma.

VLAN: Virtual Local Area Network; deel van netwerk waarbinnen gebruikers kunnen communiceren; doch geen koppeling met andere VLAN in zelfde netwerk; elke VLAN moet eigen fileserver hebben.

WAN: Wide Area network; wereld- of regio-omspannend computernetwerk; vaak een aaneenschakeling van LANs.

WAP: Wireless Application Protocol, norm voor mobiele datacommunicatie met internet.

WAV: extensie voor Windows Wavetable sound.

Web: World Wide Web, de HTTP-bestanden op internet.

WEP: Wired Equivalent Privacy, data encryption, defined by the 802.11 standard to prevent access to the network by “intruders” using similar wireless LAN equipment and capture of wireless LAN traffic through eavesdropping; niet waterdicht volgens Airsnor.

Wi-Fi, WiFi: Wireless Fidelity, standaard voor uitwisseling gegevens met IEEE 802.11b High Rate WLAN equipment , 10 x sneller dan BlueTooth, bereik 100 m.

WPA: WiFi Protected Access, beveiliging voor draadloze netwerken, opvolger van WEP, maakt gebruik van TKIP, MIC, EAP, PSK.

WPA2: Wireless Protected Access 2 (802.11i), beveiligingsprotocol voor draadloze netwerken; heeft dezelfde basisstructuur als WPA maar verlaat zich qua encryptie op AES.

x64: aanduiding voor computer met 64-bits-architectuur, in vergelijking met x86 (32-bits).

x86: aanduiding voor computer met Intel i86-architectuur, 32-bits, in vergelijking met x64.

XT: extended technology

ZIP: bestandsformaat voor gecomprimeerde bestanden.

Een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *